India: het wonderbaarlijke en het gewone lopen door elkaar

Wat kan ik als niet-gelovige met al die spiritualiteit?

Mumbai, India

Er wordt buiten hard geroepen. Ik begrijp niet wat er gezegd wordt, maar het trekt mijn aandacht. Dus ik kijk vanuit ons raam naar beneden. We wonen vijf hoog, dus het beeld is helder. Ik zie twee mannen die omhoog roepen. Nogmaals, wat ze proberen te zeggen ontgaat me volledig. En dat ligt aan mij. Verkopen ze aardappels? Hebben ze een gesprek met iemand 10 hoog? Geen idee.

Tussen de twee mannen staat een volwassen koe. Zij kijkt niet naar boven, maar halstarrig voor zich uit. Op haar, zelfs op afstand, enorme rug draagt ze een groot, feestelijk kleed tot bijna op de grond en tussen haar hoorns hangt een soort diadeem, alsof ze een prinses is. Het ziet er kleurrijk uit en het oogt vol glitters en rijkdom. Nee, dit lijkt niet op twee veehandelaren die een koe proberen te slijten. Misschien willen ze geld ophalen? In Mexico gingen straatmuzikanten met vooral trompetten alle panden langs in de hoop donaties te mogen ontvangen. Misschien willen de mannen een tempel bouwen voor de heilige viervoeter? Heeft ze wellicht het licht gezien?

Veel vragen, geen antwoorden.

Onze aandacht gaat uit naar de lakenophouders

Een tijd geleden hoorden we prachtige en pittige percussie vanuit een tent voor onze flat. We dachten aan een muziekoptreden, maar we zagen weinig mensen ernaartoe lopen. Nieuwsgierig gingen we ernaartoe en naar binnen. Het beeld dat ons netvlies opvangt, verwart meteen. Links is een speciale ruimte waar alleen vrouwen zijn. Rechts het podium met de slagwerkers. Mannen inderdaad. De lampen boven hen zijn op ons, wij als publiek, gericht en verblinden het zicht op de muzikanten. Je ziet eigenlijk niets meer.

Links achterin is een bouwwerk van karton afgedekt met een wit laken. Half, want de bovenkant kunnen we zien. Het is een model op ware grootte van een zogenaamde pandal. Een man naast me legt uit dat de buurtvereniging al decennia bezig is om een constructie te bouwen ter ere van de god die centraal staat in deze pandal. Vergeef me dat ik de naam van deze god vergeten ben. In karton is het ontwerp zo te zien klaar; het geld lijkt er te zijn, of te komen. Want ons wordt gevraagd om geld te doneren. Onthand zijn we, en niet alleen door de taal.

Omdat we geld hebben gegeven, staan we ineens in de belangstelling en krijgen we alle aandacht. Onze aandacht gaat vooral naar twee mannen die dat witte laken omhoog moeten houden om de pandal af te dekken. Ze staan er, in ons bijzijn, al een uur. Het is als in een Italiaanse film van Pasolini. Uiteindelijk ‘valt’ het doek en zien we wat er komen gaat. Mijn buurman naast me is merkbaar enthousiast. Kennelijk betreft het zijn levenswerk, in ieder geval van de buurtvereniging.

We krijgen uiteindelijk voorrang bij het ontvangen van een tilak: een stip tussen onze wenkbrauwen met as, rijstkorrels, kurkuma en wat al niet. Dit symboliseert — begrijpen we nu — iemands toewijding aan een godheid en de aanwezigheid van goddelijke zegeningen. En daar begint ons ongemak. Die toewijding hebben we namelijk niet. Niet in het bijzijn van anderen, maar eenmaal thuis poetsen we ook meteen de tilak weg. Is dat oneerbiedig? Voor ons is de vermeende toewijding aan een godheid fake. Dat voelt voor ons precies als oneerbiedig. We menen het niet. Hetzelfde ongemak ervaren we als iemand ‘God bless you!’ zegt. Ik heb dan de neiging om ‘Marx zegent you!’ te antwoorden. Maar goed, ‘goodbye’ komt geloof ik ook van God be with ye…

Het is heel makkelijk de draak te steken met religie. En zelfs deze uitdrukking, de draak steken met, komt uit een religieus verleden uit de polder met Sint Joris en de draak. Veel, heel veel is doordrenkt met religie. In India, maar ook in de Lage Landen. Het verschil is dat de spirituele betovering in India nog lijkt te bestaan.

Opgegroeid op de Twentse zandgronden, grootgebracht met rooms-katholieke riten en mythen, leef ik nu tussen voornamelijk hindoes. Ik word geconfronteerd met het feit dat Europa een uitzondering is als het om ontkerkelijking gaat, om secularisatie. De rest van de wereld is diep en diep gelovig. Chili, Mexico, Gabon: vooral christelijk en meestal katholiek. In ieder gesprek of whatsappje dook wel god op. Er zijn talloze uitingen van devotie, offering of gebed. Mensen staan in de rij voor het ontvangen van een zegen.

In India zijn er vooral de spirituele handelingen. Niet zozeer de woorden, maar de daden. In appjes met Indiërs lees ik niet steeds een verwijzing naar god of Vishnu. Maar ook hier in Mumbai gaat een bezoek aan een tempel gepaard met lange wachtrijen. We hebben net Navratri achter de rug; het feest duurt negen nachten en tien dagen. De verering van de universele moeder. De parkeerplaats voor onze flat is sferisch omgebouwd.

De toegang naar onze flat is omgetoverd

In 2021 geeft 58 procent van de Nederlanders in een CBS-onderzoek aan zichzelf niet tot een religie of levensbeschouwelijke groepering te rekenen. Volgens een grote Pew-enquête (ook 2021) vindt 84% van de Indiase volwassenen religie ‘heel belangrijk’ in hun leven. De onderzoekers constateerden bovendien dat India ondanks de groeiende welvaart weinig tekenen vertoont van het verlies van religie.

Wat me in India treft, is de volheid van de spirituele beleving. Mensen geloven echt. Het is niet gespeeld, niet fake.

Een vrouw die vertelt dat ze moet huilen als het Ganesh-icoon (de god met het gelaat van een olifant) uit haar woonkamer wordt weggedragen. Want het was wekenlang deel van de familie.
Huilen? Wat mis ik?

In Mexico kwam mijn Spaanse juf veel te laat op onze lesafspraak. Ze had een afspraak met Jezus en dat liep uit, zei ze, zonder blikken of blozen.

Ik was verbaasd. Ik had en heb dat niet. Niet die date met Jezus, niet die overgave, niet die spiritualiteit. Ik heb nooit geloofd. Als kind zei ik in het bijzijn van mijn vader of moeder mijn gebedje, maar besef van een god? Nee. Ik ging braaf naar de kerk, met de nadruk op braaf. Die religieuze bezieling ontbeer ik. Maar goed, ik ben ook nooit lid geweest van een fanclub en had ook geen popidool.

Gedachtenloos, alsof men aan het swipen is op een mobiel, worden rituelen in India uitgevoerd. Zo lijkt het. Om de aandacht van de godheid op jou gericht te krijgen, luid je de bel die ervoor hangt, je doet je gebed, je puja, en loopt weer verder. Of je offert verse goudsbloemen en jasmijn die je terloops koopt bij een dalitfamilie. Je steekt wierookstokjes aan en gaat van ruimte naar ruimte. Of dat nu thuis of op je werk is. Bijna iedereen heeft naast een televisiescherm een altaartje in de woonkamer. Permanent. Vanzelfsprekend. Zoals er ook stopcontacten zijn. Religieuze uitingen zo normaal als onze stoelgang. Op het dashboard van de auto prijkt de beeltenis van een godheid.

Volwassenen en kinderen naar de kerk.

In Mexico was dit in ons bijzijn ook schering en inslag. Je zit in een bus achter een man die een enorm kruisbeeld bij zich heeft, dat hij naast zich op zijn bank heeft geplaatst en een beetje schuin, anders zou het niet onder het bagagerek passen. Je loopt in een toeristisch dorp en ontmoet allerlei volwassenen en kinderen die Jezus-poppen in manden naar de kerk dragen: Día de la Candelaria, 2 februari. Een serieuze aangelegenheid. Naderhand krijgt de plastic pop in de woonkamer een ereplaats. En met Kerstmis, van zijn kleertjes ontdaan, terug in de kribbe om in februari dus weer naar de kerk te moeten. De cirkel is weer rond.

Vaak moest ik aan de roman van Márquez denken, Honderd jaar eenzaamheid: het wonderbaarlijke wordt als alledaags beschreven en het alledaagse als wonderbaarlijk. Een van de karakters stijgt ten hemel terwijl ze lakens opvouwt, en niemand maakt zich er druk over, behalve over de lakens. Water dat in ijs kan veranderen is voor de dorpelingen een mirakel, en een priester die na een kop warme chocolademelk van de grond komt, geldt als bewijs van Gods bestaan.

Ben ik te veel ontgoocheld? Te nuchter? Te verstandelijk? Of ben ik totaal religiös unmusikalisch (naar Max Weber)? Dat zou eigenlijk heel vreemd zijn. De religieuze spieren zijn namelijk vanaf de geboorte bij mij volop getraind. Vanwaar dan toch dat ongemak?

Het katholieke gedachtengoed is er bij mij met de paplepel ingegoten. Jaren vijftig; het was allemaal echt heel rooms. Het eerste huidcontact met een vreemde was het kruisje van een priesterduim op mijn voorhoofd als klein babytje. Een week oud en religie was alomtegenwoordig. Ik werd ongevraagd gedoopt. En voor zover ik kan nagaan, sta ik nog steeds ingeschreven, simpelweg omdat namen in het katholieke doopregister niet worden doorgestreept en een brief aan het bisdom nooit een antwoord kreeg.

Mijn vader zette vaak Gregoriaanse muziek op. Mijn moeder maakte een kruisteken met een mes als ze een brood voor het eerst aansneed. Aan de muur hingen kruisbeelden, devote afbeeldingen, wijwaterbakjes op iedere slaapkamer. Wij kregen een halskettinkje met een Maria-afbeelding erin gepreegd. Misschien niet zo uitbundig en kleurrijk als bij de Hindoes, de paraphernalia waren er wel degelijk en talrijk.

Ik mocht als misdienaar een jurk aan. Ik mocht van links van het altaar weer naar rechts en weer terug paraderen. Met brandende kaarsen rakelings langs de tule van een bruid lopen of met een kruisbeeld op een stok op de begraafplaats de stoet leiden. Pingelen met een belletje om het volk wakker te schudden dat ze naar het altaar moest kijken. Zeulen met kwispel en wijwateremmer. Het publiek bewieroken en tijdens dit loven vooral serieus blijven.

Een en al theater. Religieus bewustzijn kun je misschien leren. Kwestie van oefenen? Het gaf me een gevoel voor dramatiek, niet voor spiritualiteit. Godsbesef of -beleving zat er bij mij niet in.

In de roman A Passage to India van Edward Forster laat de schrijver zien hoe je vanuit een Brits perspectief naar India kan kijken: het is waanzin, het is vreugde, het is een zootje en het is voor een buitenstaander niet te volgen. En wat ik al schreef; je kunt er de draak mee steken. Je kunt alles totaal belachelijk maken. Maar het sluit aan op een wereld die nog niet ontgoocheld is. En voor mij is India dat. India is niet ontgoocheld.

Het kijken naar kunst, het luisteren naar muziek, het beleven van theater: het ontrafelen van codes, symboliek, vormen, verwijzingen — je kunt het leren. Beeldtaal, lichaamstaal of spirituele taal vind je aan de andere kant helaas niet op DuoLingo. Zou ik het hindoeïsme met alle varianten uiteindelijk gaan begrijpen? Ook als het niet zo vanzelfsprekend is als voor de meerderheid in India.

Midden in de sloppenwijk tref je ook dit aan

Als je in India geboren wordt, krijg je vaak van jouw ouders niet meteen een naam. Ouders gaan eerst naar een astroloog met de precieze kengetallen van de pasgeborene. Dan is niet de op de gram nauwkeurige massa van het kind belangrijk, maar wel het precieze tijdstip: de geboortehoroscoop. In India volgen veel ouders deze Vedische traditie, in de overtuiging dat het kiezen van een babynaam die begint met de juiste letter harmonie, welvaart en de positieve invloed van het sterrenbeeld van hun kind zal brengen.

Ik ervaar ongemak als ik het verhaal beluister. Een horoscoop is geen religie, geen geloof. Is het bijgeloof? En wie bepaalt wat geloof en bijgeloof is? In het Westen krijgt het verdienmodel alle geloofsbrieven. Nederlanders hebben het over geld, niet over god.

Ik kijk natuurlijk met Westerse ogen die signalen doorgeven aan een Westers brein. In het Westen is de Rede belangrijk, zo niet essentieel. Het verstand regeert, niet het gevoel, niet de betovering. De wonderen zijn die wereld uit.

Als je de goeroes van Silicon Valley mag geloven, lijkt god nu in moeilijk te koelen datacentra te wonen. De betovering zit in deze tijd in plaatjes die je met AI kan maken. En als je nog meer ontgoocheld wil worden: Anthony Levandowski richtte Way of the Future op. De primaire missie: “de ontwikkeling en bevordering van de realisatie van een Godheid gebaseerd op Kunstmatige Intelligentie”.

Misschien is India wel heel normaal en is wat er in Nederland of Europa gebeurt surrealistisch. Misschien is ontgoocheling wel de crux in wat we nu 100 dagen in Mumbai ervaren.

Eén antwoord op “India: het wonderbaarlijke en het gewone lopen door elkaar”

  1. Dank voor het delen! Ik miste wel een foto van de koe! (I totally adore those gentle animals). Dearest regards!

Geef een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.