Poepen over de poep van een ander

Iedere president bouwt zo zijn dingetje

Libreville, Gabon

Vandaag is het stil op straat. Het Librevilleense dorp lijkt te slapen. Nauwelijks auto’s op de anders zo drukke verbindingswegen. Dat ligt een beetje aan het gegeven dat het zondag is.

Maar er moet meer aan de hand zijn: het wemelt van de militairen. Jonge broekjes met een uzi op hun schouder. Ze houden de straat ‘in de gaten’. Waarschijnlijk komt er zo meteen een hotemetoot in een auto langs en dan wordt iedereen gesommeerd niet te bewegen. Maar zover is het nog niet. Dus hebben ze meer oog voor vrouwen die langslopen. Zo voorspelbaar.

Verderop komt het politieke en economische establishment van Gabon bij elkaar om een prestigeobject opnieuw leven in te blazen. Op de kop van de grote Boulevard Triomphal (jawel) is in 18 maanden een complex uit de grond gestampt: Cité de la Démocratie. Vandaag wordt dat feestelijk in gebruik genomen.

Lees verder “Poepen over de poep van een ander”

En dan heb je ineens een liesbreuk

Sommige zaken in ons lijf zijn niet zo goed gebouwd

Libreville, Gabon

Hij smeert rijkelijk gel op mijn ballen; het voelt koud. Hij wrijft met een apparaatje over mijn scrotum. Alsof het de normaalste zaak van de wereld is. Ik met mijn broek naar beneden. Hij aan mijn balzak. Ondertussen hebben we een geanimeerd gesprek over Gabon.

Hij is een migrant, zoals zovelen in Gabon. Ze laten gezin en vrienden achter om hier te komen werken. Ze sturen iedere maand digitaal geld naar hun achterban en wonen op een klein kamertje in de hoofdstad. Hij vindt Gabon geen leuk land. Hij krijgt vaak als eerste vraag: “Waar kom je vandaan?” En dat is kenmerkend. Gabonezen kijken altijd argwanend naar andere niet-Gabonezen. Alsof ze bang zijn dat deze het land gaan overnemen. Nu zijn er ook niet zo heel veel Gabonezen, ik geloof zo’n 2,4 miljoen. Voor een land dat ruim zes keer zo groot is als Nederland, is dat inderdaad niet veel. Hij, de echograaf, denkt dat Gabonezen bang zijn dat iedereen hun geld komt halen.

Hij komt dichterbij zitten achter het beeldscherm en laat ondertussen de transducer —heb ik opgezocht— over mijn ballen glijden. Op het beeldscherm zie ik vage beelden. Ik kan nauwelijks iets concreets ontdekken. Maar goed, de echo van een foetus is voor mij ook louter een zwart-wit tekening vol ruis; ik zie zonder hulp nooit een embryo. En al helemaal niet of het een jongetje of een meisje is. Hij beaamt dat Gabonezen in de omgang als nors en arrogant overkomen. Hun arrogantie komt door de olie, volgens hem. Het land is daardoor rijk, relatief gezien. Beter gezegd: de staat is rijk. Het regeringsapparaat heeft geld. Maar volgens hem zijn veel zaken in Kameroen beter georganiseerd. Beter onderwijs. Voor zijn kinderen niet onbelangrijk.

Maar volgens hem doen de Gabonezen zich voor alsof ze het dik voor elkaar hebben. Ik bevestig dat dit inderdaad niet het geval is. Heel veel is in Gabon verre van ‘voor mekaar’. Zo hebben we haast iedere dag drie keer een stroomuitval en daardoor ook geen water. Het sloopt je mentale gestel, want je kunt nergens op rekenen. Het is niet op vaste tijden, dus je wordt telkens verrast. Nee, niet echt ‘voor mekaar’.

Het onderwijs is slecht. De laatste weken staakten de docenten, omdat zij, in tegenstelling tot het leger, heel slecht betaald worden. Sowieso loopt de staat al drie maanden achter met de betaling van hun lonen. Dus veel animo onder de docenten om het werk neer te leggen. De twee mensen die hebben opgeroepen tot deze staking zijn opgepakt. Ik geloof dat er vorige week een akkoord is gesloten, met ‘toezeggingen’.

De Gabonese minister van Onderwijs schrijft een pastoraal stukje op social media, waarin ze niet ingaat op de inhoudelijke argumenten van de stakers —achterstand in betalingen wegwerken en hoger loon— maar in de aanhef begint met ‘Ik denk aan de kinderen’. Als minister schrijf je uiteraard: Je suis une mère avant tout. Ze gooit er nog een bijbeltekst tegenaan en ondertekent met ‘Moeder Camé’.

Moederlijk en herdelijk schrijven van de minister van Onderwijs

 

Nee, Gabon heeft niet zoveel ‘voor mekaar’. Ik vertel hem ook dat wij in Kameroen zijn geweest en de mensen heel erg vriendelijk naar ons waren. Hij glundert. Maar ja, ook Kameroen heeft zo zijn problemen. Zo wil de 92-jarige ‘president’ van het land nog steeds zijn macht niet opgeven en ging zijn achtste ambtsperiode in.

Hij moet lachen, mijn ‘echograaf’. Op de vraag of het allemaal gaat veranderen, bijvoorbeeld voor zijn kinderen, is hij heel pessimistisch. ‘Nee.’

Liesbreuk

Ik vind het maar een raar idee dat in onze lies een gat kan ontstaan. Ook weer slecht gemaakt, denk ik dan. Maar na enige tijd in het Gabonese medische circuit te hebben rondgelopen, is het me duidelijk geworden dat het veel voorkomt. Het is een zwakke plek en bijvoorbeeld onze navel is ook zo’n schoolvoorbeeld van een kwetsbaar deel in de buikwand.

Heel heftige pijn. Branderig. Als ik lang sta, voel ik het opkomen. Bijvoorbeeld bij het koken of het strijken. Het gaat de ene dag vreselijk goed, maar er zijn ook dagen dat ik pijnstillers slik. Er hoeft ook maar een zenuw of een zaadleider naar buiten geduwd te worden…

Nu ik weet dat het een liesbreuk is, duw ik bij pijn ook de boel weer terug achter de buikwand. Dat helpt soms.

Ik ben blij dat er iets gaat gebeuren. Ja, ik zit in Gabon, ik zit in Afrika en dat maakt het spannender. Aan de andere kant hebben alle Gabonezen met een liesbreuk ook geen keus, of dezelfde keus: je hebt te doen met wat je hebt. Alle mensen die ik tijdens de vele bezoekjes aan deze kliniek heb gezien hebben geen keus. Deze medische zorg kun je krijgen, iets ‘beters’ is er niet in dit land. Ik realiseer me ook dat heel, heel veel mensen hier geen ziektekostenverzekering hebben. Voor hen is deze kliniek onbetaalbaar. Zij moeten het stellen met de staatsziekenhuizen Ik zal je de details besparen.

Maria heeft haar oogje in het zeil

Ik ben steevast de enige witte in deze kliniek. Misschien heb ik wel de verkeerde kliniek gekozen, maar eigenlijk boeit het me niet zoveel. Zolang ik het vertrouw, blijf ik. En ik vertrouw het. Maar ja, waar baseer ik dat op? Ik ben geen medicus, ik kan geen sites vinden die deze kliniek benchmarken. Mijn gevoel, daar moet ik maar op vertrouwen.

Sterk zijn

Gevoel dat in deze contreien maar weinig aandacht krijgt. Het lijkt alsof gevoel een luxeartikel is, voorbehouden aan het rijke Westen. Als je arm bent, stomp je af? Heb je geen gevoel meer? Misschien is dat wel waar.

Samenlevingen zoals in Gabon zijn gebouwd op kracht, op sterk moeten zijn. Zorg is toebedeeld aan vrouwen. Zij dragen de kleine kinderen op hun rug. Dat zie je hier een man nooit, maar dan ook nooit doen. Mannen moeten krachtig zijn. Dat stralen ze dan ook uit.

Sterk zijn. Geen oog voor kwetsbaarheid. Niet piepen. Vooral niet janken. Veel kan ik overigens wel plaatsen. Het is lijfbehoud. En dat lijf staat continu onder druk. Heb ik vanavond iets te eten? Veel mensen moeten financieel zorgen voor een hele familie. Dat geeft heel veel stress. Ze vertellen je ‘doodleuk’ dat ze vanavond niets gegeten hebben. Geen geld meer over. Want de zus had medicijnen nodig voor een miskraam, of oma heeft insuline nodig, of de gastank was leeg…

 

Scène in de supermarkt

Alleen al het tonen van je betaalkaart
roept weerstand op

Libreville, Gabon

Het is superdruk. Niet zozeer in de winkel. Lange rijen voor de kassa. Ik zie geen irritatie bij de mensen om me heen, tenminste niet aan de buitenkant. Er gaan niet meer kassa’s open om de rijen weg te werken. Integendeel, ik zie er een paar juist sluiten. Ik merk dat bij mij de irritatie juist wel groeit. Voor mij staat een man met een volle kar.

Voor hem staat een vrouw die wacht met haar boodschappen op de band te zetten, tótdat haar voorganger heeft betaald. De band blijft dus leeg. Ja, dat schiet lekker op. Mijn handen jeuken.

Er is altijd gedoe met het wisselgeld. Er staan naast de kassa’s bakken met kauwgom, flesjes prik, snoepjes, dat soort dingen. Je wordt dan verzocht iets van dien aard te kopen om het bedrag af te ronden. Er is altijd tekort aan muntgeld. Altijd. Geen idee waarom. Dit keer moet degene die aan het afrekenen is zelfs de winkel inlopen. Dus de prik of de kauwgom is niet toereikend.

Mijn irritatie loopt op. Oké, maar ik ben al de boodschappen uit mijn mandje aan het halen. Ik betaal meestal met een pinpas. Om te voorkomen dat ik ook de winkel in moet lopen of iets uit de bak met snoepjes moet kopen.

Maar ook de pinpas versnelt niets. In Gabon wordt er door de banken niet samengewerkt. Maar dan ook echt niet. Zo zijn er buiten de supermarkt een stuk of zes pinautomaten. Elke bank heeft zijn eigen automaat. Ook in de winkel is dat zichtbaar. Iedere bank heeft zijn eigen betaalterminal bij de kassa liggen. Naast de kassière liggen er dus een stuk of vijf van die kastjes waarin je jouw plasticje moet stoppen. Als ze er al liggen. Ik denk dat je als supermarkt de bank moet betalen voor zo’n terminal, want er zijn er nooit genoeg. Het is mijn grootste ergernis.

Als ik mijn pinpas tevoorschijn haal, dan krijg ik heel vaak als reactie van de kassajuffrouw —bij alleen al het zien van het stukje plastic— een hele diepe en hoorbare zucht. Ja, hoe haal ik het in mijn hoofd om met een pinpas te betalen, zie en hoor ik haar denken. Zeker nu ik ook nog eens een pinpas heb van een bank waarvan het kastje niet bij haar kassa ligt. Dan moet ze opstaan en naar een andere kassa lopen. Sloffend zoekend naar een kastje van ‘mijn’ bank. Tergend langzaam. Slof – slof. Even iets zeggen tegen een collega. Slof – slof. Hé, heb jij voor mij dat witte kastje van die en die bank? Slof – slof. Zei ik al dat ik geïrriteerd raak? En het ‘leuke’ is ook nog eens dat alles met een haast onbeschofte blik en houding gebeurt. Alsof wij als klanten iets misdaan hebben.

Ze doet het niet alleen naar mij. Iedere klant wordt getrakteerd op dit werkelijk afschuwelijke gedrag. Of je nu Gabonees bent of niet. Je wordt als klant niet of nauwelijks aangekeken. Er wordt vaak geen woord gezegd. Wisselgeld wordt nog net niet naar de klant gesmeten. Klanten ondergaan dit gedrag lijdzaam.