Inkijkje in de Gabonees-medische wereldje

De sfeer is een beetje alsof je een afspraak maakt
om een avondje te stappen

Libreville, Gabon

Gewapend met mijn medisch dossier zit ik in de wachtkamer. Bloed is getest, thorax is geröntgend, ik ben bij de anesthesist geweest. Dit keer voor de derde keer naar de uroloog. De eerste keer was het een vrouw, de tweede keer een man. Wie ik nu ga spreken, is afwachten.

Altijd weer een hoop gedoe. Wat alles te maken heeft met een bureaucratie, een systeem, een doolhof op papier. Het gaat om betalen, dat staat op nummer 1. Of preciezer gezegd: wie opdraait voor de kosten is prioriteit.

In Phnom Penh kwam je een ziekenhuis binnen en het eerste waar je letterlijk tegenaan liep, was de kassa. Een hokje waar de financiële zaken werden geregeld. Welkom.

In de VS is het doodnormaal dat je, al sterf je bijna, naar je creditcard wordt gevraagd. Eer je het ziekenhuis of de kliniek in mag en dus verder geholpen wordt, moet je eerst je kredietwaardigheid bewijzen.

Hier in Libreville is er ook iets soortgelijks. Je moet altijd, en dus echt altijd, langs de verantwoordelijke receptie die kijkt hoe je verzekerd bent en wat je nog als eigen risico moet bijdragen. Ook hier is de receptie voorzien van een kassa. Als dat geregeld is, kun je door voor je bloedonderzoek, je echo, of wat dan ook. Soms moet ik langs twee verschillende recepties: eentje voor de röntgen en een andere voor de urologie. Heb je je reçu niet geregeld, word je onmiddellijk teruggestuurd. En niet onbelangrijk: het betekent altijd wachten. Nummertje ophalen en wachten.

Wat aan organen nog niet verdeeld was,
ging naar de uroloog?

Nooit gerealiseerd wat een uroloog eigenlijk doet voor haar vak. Toch duidelijk mannenzaken?  Maar er bestaat niet een mannenarts, bij mijn weten. Sowieso wordt dat zo nooit genoemd. Vrouwen gaan naar de gynaecoloog. Maar als er iets met de blaas of de nieren aan de hand is, moeten ook zij naar de uroloog. Misschien viel de blaas en vielen de nieren buiten boord? Doe die dan maar bij de uroloog?

Om me heen vooral de wat oudere mannen. Urologie lijkt ook nu vooral het terrein van de slecht gebouwde prostaat, gedoe met het plassen en ontstekingen in het scrotum, willekeurige zaadlozingen et cetera.

De wachtkamer was leeg toen ik binnenkwam en zit nu vol met zo’n veertien mensen. Dertien mannen en één vrouw. We hebben allemaal een nummertje bij de receptie gekregen. Ik heb nummer tien. We kregen ook te horen dat de arts om drie uur begint.

Ik was er keurig om drie uur. Maar ik was toen de enige. Kennelijk heb ik wederom een bepaalde code niet ontcijferd. Anderen weten meer dan ik. Het druppelt na een kwartier nu binnen. Maar geen arts. Half vier; geen arts. Ook geen informatie. Er wordt ook wat gemompeld in het Frans. Ik begrijp dat de arts er nog niet is —meen je niet!— en om kwart over vier gaat nummertje 1 naar binnen…

Grappig dat mensen horen wanneer het gesprek ten einde loopt. Dan hoor je de arts met zijn eigen naamstempel een vijftal doordrukken voor de verzekering ‘beduimelen’. Klik – klik – klik – klik – klik. Dat was inderdaad bij mij de vorige keer ook het geval. Er wordt meteen op geanticipeerd; de ‘volgende’ staat al op om naar binnen te gaan.

Ik moet eigenlijk alleen voor de afspraak voor de operatie naar dit spreekuur. Onder algehele narcose word ik van mijn liesbreuk ‘afgeholpen’. Tenminste, dat is de bedoeling.

Ik mag om vijf uur naar binnen. Twee uur gewacht dus. Er zitten twee mensen in de spreekkamer, een man en een vrouw. De man herken ik van de tweede keer; hij is de uroloog die vaststelde dat ik een liesbreuk heb.

Amicaal

Ze hebben maar één stoel. De vrouw zit achter het bureau, de man staat. Ze lachen wat ongemakkelijk. Even gaat er iets oneerbaars door me heen. Waarom waren jullie tweeën zo vet te laat? Toch niet om in het bezemhok…

Ik overhandig mijn dossier en het papiertje met het groene licht van de anesthesist. “Wanneer zullen we?” hoor ik de man vragen. De sfeer is een beetje alsof je een afspraak maakt voor een avondje stappen. Ik word er een beetje ongemakkelijk van. Ik zeg met zoveel woorden dat de eerste de beste gelegenheid mij uitkomt. “Vrijdag?” reageert de man met een glimlach. Ook de vrouw glimlacht wat. “Ja, prima,” zeg ik, nog steeds ontdaan.

Er ligt geen agenda open. Er staat geen laptop en er wordt niet gekeken op een mobiel. Kennelijk kennen ze de mogelijkheden uit hun hoofd? Ik probeer: “Eerder mag ook.” “Dinsdag zou ook kunnen, twaalf uur?” Ik moet mijn verbazing onderdrukken. “Oké!” zeg ik, “d’acord”.

Er wordt niets dan alleen mijn mobiele nummer genoteerd. Ik zou maandag een berichtje krijgen of het dinsdag, dan wel vrijdag wordt. En dat was het. Met mijn dossier in mijn hand, wetende dat op en kladje mijn nummer staat, verlaat ik de spreekkamer, wenk naar nummertje ‘Onze’ en sta ontredderd buiten.

Geef een reactie