Hondjes onder elkaar
in een uitzichtloze situatie
Phnom Penh, Cambodja
Als mijn studenten zich oriënteerden op het praktijkleren, vertelde ik dat het weefsel van de stage-organisatie vooral zichtbaar is op het moment dat je het gebouw binnengaat. Eenmaal door de draaideur of de schuifpui, gaf ik ze mee vooral gewaar te zijn. Neem vooral de tijd om dat eerste moment van ontvangst te doorvoelen. Word je aangesproken? Is er aandacht voor je? Zorg? Mag je er zijn of ben je eigenlijk gewoon tot last? Is iedereen vooral bezig, behalve met jou als bezoek?
Een internetsite van de organisatie zegt iets — mét veel mooie woorden — maar wat er gebeurt bij de receptie zegt nog veel meer — zónder woorden.
Nu is bovenstaande op mensen gebaseerd. Hoe zit dat als honden je ontvangen? Hoe bestieren zij de receptie?




Drie keer per week ben ik in het dierenasiel dicht bij de Sansam Kosal Pagode. Als vrijwilliger heb ik een overzichtelijke taak: drie ochtenden aandacht geven aan de honden en katten die hier worden opgevangen. PPAWS heet het op de internetsite: Phnom Penh Animal Welfare Society. Ze hebben een duidelijke missie: straathonden en -katten een beter leven geven en helpen als ze een kliniek nodig hebben. Ze gaan ook vaak de wijken in. Niet iedereen kan makkelijk naar dit asiel komen.
Vanaf mijn huis is het een dik kwartier fietsen. Ik ga er met heel veel plezier naartoe. En dat heeft alles te maken met de ontvangst, hoe de receptie verloopt.
Iedere fiets maakt zo zijn geluiden. Ook de mijne. Vooral de remmen zijn karakteristiek, maar ook mijn mandje aan het stuur kan er wat van. Het is de vingerafdruk van de tweewieler. Ook de honden herkennen dat. Ze koppelen het automatisch aan mij. Maar nog meer: ze koppelen aan wat er komen gaat.
Ik rij de hoek om bij de pagode en ben nog totaal niet zichtbaar voor de viervoeters. Maar als eenmaal mijn fiets op hoorafstand komt, is het hek van de dam. Fawn begint. Zij zit in het voorste hok. Zij heeft het als eerste door. Luid en duidelijk heft zij een gehuil aan, als een echte akela van de welpenfamilie. Dan vallen de anderen bij. Een oorverdovend jankkoor. Blaffen, janken.
Als ik eenmaal de schuifpoort open duw en mijn fiets stal, is het een feestje. Wat een welkom! Iedere keer. Drie keer in de week.
Ik mag er zijn. Zo wil je in iedere organisatie ontvangen worden.
De hondenhokken zijn druk bezet: Skippy, Bot, Sok, Lucky, Tommy, Fawn, Tony, Jimmy en Jake. En elke hond heeft zo haar of zijn eigen nukken. Ze hebben hun eigen verhaal. Een verhaal dat trouwens niet altijd bekend is. Wat er sowieso in het verhaal zit is het feit dat je verlaten bent. Je hebt ineens niemand meer. Omdat je na een ongeluk te veel naar de kliniek moest, en dat kost geld. Omdat je ouder wordt en alles laat lopen. Omdat je niet een voor mensen gemakkelijk karakter hebt. Omdat je blaft naar vrouwen met een hoge stem. Reden om je te droppen Reden om je te verlaten.
Ze zitten sowieso te lang hier. Kort door de bocht Cambodjanen lijken geen hondenliefhebbers te zijn. Ja, als je kind een puppy wil, dan zorg je dat er een komt. Maar puppies worden groter. En dan is het over en uit en mag de hond voorgoed naar buiten.
Maar soms bekruipt me een naargeestig gevoel. Ik denk dat sommige van deze negen honden beter af zijn als ze weer op straat lopen. Dan hebben ze de vrijheid. Dan kunnen ze zelf kiezen. Ja, ze hebben hier on het asiel zorg, aandacht, eten, medicijnen. Zeker. Maar wel in een hok. Opgescheept met andere honden, waar je niet voor gekozen hebt.
Ik zie, door hier lange tijd drie keer in de week te komen, hoe hun karakter is. Het lijken net mensen! Zoals het ene kind naar buiten rent om naar een grote witte man op een fiets te zwaaien, met een grote glimlach op hun gezicht, zo heb je ook honden die altijd blij zijn je te zien. Maar zoals je ook kinderen hebt die bij het zien van zo’n wit persoon meteen achter het schort van hun moeder kruipen, heb je ook honden die afwachten, kijken, inschatten, omlopen, zenuwachtig worden.
Wat me troost geeft: honden willen in feite maar één ding: aandacht. En daar zijn ze ook heel duidelijk in. Sommigen schikken zich in de wachtrij, anderen dringen voor.
Honden hebben geen dubbele agenda. Dat leer ik van ze. Durf om aandacht te vragen.
Update (2026). Inmiddels hebben Skippy, Jimmy, Bot en Tommy een adoptiegezin gekregen. Als ik dan de foto’s zie, hoe ze aldaar vrij kunnen rondrennen, krijg ik tranen in mijn ogen. Ze hebben het zo verdiend.
