Zweilightzone

Met een been in Gabon, een been in India

Libreville, Gabon

Als nomaden breken we deze week weer op en vertrekken we vanuit Libreville, Gabon, naar Mumbai, India. We stappen weer in een nieuwe en andere werkelijkheid. Het is niet de eerste keer, dus we herkennen veel. Het is de liminale fase: je neemt afscheid van waar je nu bent of staat, van dat wat je hebt opgebouwd, terwijl je nog niet weet wat het nieuwe gaat bieden. Een soort niemandsland vol emoties, reflectie en verwardheid. Na acht jaar tempert de onzekerheid.

We gaan weer verder, maar zijn we hier in Gabon dan klaar? Hebben we het hier dan wel zo’n beetje gehad? Ja en nee. Ook hier een tussenin-gevoel: Twilight. Haat en liefde, die verhouding. Haat is een te lelijk woord. Ik haat Gabon niet, verre van. Maar het verstikt me wel vaak, het grijpt me soms naar de keel. Naast de prachtige momenten die ik hier mocht beleven. Naast de roerende ontmoetingen. Naast de prachtige en lieve mensen.

Misschien de belangrijkste observatie die we meenemen: Gabon kent geen schemergebied. Het land lijkt slechts zwart en wit, geen grijs te kennen. Dat schept — vullen we even in — duidelijkheid en houvast. Er is nauwelijks ruimte voor twijfel, voor het niet weten, voor vragen stellen, voor vloeibare en vergankelijke vormen, voor betrekkelijkheid. De samenleving lijkt in permanente staat van oorlog te zijn: wie buiten de lijntjes kleurt, wordt gecorrigeerd. En dat is een serieuze zaak.

Houvast borgen, ankerpunten verzekeren, dat is waar het in Gabon om gaat. Zekerheid is het krachtige adagium. Of het is misschien de rechtlijnigheid: zo is het en niet anders. Ga niet zeggen dat het niet zo is. Gabon staat daar natuurlijk niet alleen in. Conservatieve samenlevingen, groot of klein, hebben een hang naar regels en dus ook correctie als je die regels niet naleeft. En Gabon is een conservatieve samenleving. En dat hebben we maar te incasseren…

Morgen ligt het er weer

Eergisteren, tijdens het plastic opruimen op straat, sprak een jongen mij aan. Ik schat 25 jaar oud. Hij vroeg — ja, daar is ie weer — waarom ik de straat veeg. En of ik namens een groep dit doe. Ik antwoord , dit keer, dat de straat ons gemeenschappelijk huis is. Je eigen huis ruim je op, maak je schoon. Waarom maken we dit gemeenschappelijke huis dan niet schoon?

Kennelijk is mijn hang naar community een trigger om zijn wereldbeeld te vertellen. De eerste woorden die vallen zijn ‘god en de schepping’ en in een bijzin: geloof jij? Ik zeg nee. Voor mij bestaat god niet. Als het voor jou werkt, prima, maar voor mij werkt het niet. Ik zie in al dat plastic op straat niet gods schepping.

En wat er dan volgt, is voor mij tekenend. Er wordt een claim geformuleerd: wat ik zeg kan niet, god bestaat en je kunt er niet omheen. Hoe kan het anders dat god deze witte man uit Europa naar Gabon stuurt om op te ruimen? Zonder god zou hij dat nooit doen.

In de ogen van deze voorbijganger is het onmogelijk dat ik niet in een god geloof. Dat kan eenvoudigweg niet. Ik probeer met een open hart te luisteren naar hem en vertel hem dat het voor mij niet werkt: religie, goden of een geloof. Maar prima als het voor jou wel werkt. Maar zelfs dat lijkt bedreigend.

Hij wil mij meenemen in zijn wereld, hij wil me inlijven; de straat vegen is wat god met je wil, met je voorheeft. Ik ben gods vaartuig. Hij glimlacht, zoals christenen heel vaak gaan glimlachen als ze het moeilijk hebben.

In zijn beleving zaag ik aan zijn fundering en waarschijnlijk van de hele straat, van de samenleving. Dus word ik gecorrigeerd: god bestaat. Het is een correctie uit zelfbehoud. Als mijn werkelijkheid kan bestaan naast de zijne, wordt de zijne relatief. En relativiteit is precies wat een conservatief systeem niet verdraagt. Dat schept verwarring; nee, geen koninkrijk van god.

De vraag “geloof je?” was blijkbaar geen uitnodiging tot gesprek. Het leek een soort toets. Pas ik in een hokje of niet? Als blijkt dat ik er niet in pas — ik geloof niet — volgt de correctie. Ik kleur kennelijk buiten de lijntjes.

Ik glimlach terug naar zo’n jongen. Ik onderzoek nu of het gemeend is. Ik lach om de situatie. Ik onder het vuil, smerig, stinkend van het zweet, leunend op een bezem, omringd door meurende zakken afval, en hij heeft het over gods plan. Ik bevestigde nog een keer dat als het voor hem werkt: prima. Maar niet voor mij. En wat me zo ongelooflijk treft? nooit een vraag hoe dat wel voor mij werkt. Hoe ik doe wat ik doe. Dat ik veeg en de kerk bidt.

Natuurlijk, voor hem, voor iedere gelovige is een geloof niet een mening, maar een identiteit. Meer en meer wordt me duidelijk dat ik onbedoeld torn aan zekerheden. Wat ik doe — de straat vegen — is op zich al verwarrend. Want waarom veegt een witte man de straat? Dat past niet. Het beeld klopt niet. Hij wordt er waarschijnlijk door in de war gebracht: “Waarom doe jij dat?”

Voor en na

Geen schemergebied in Gabon, laat staan vrije ruimte. Je ziet op straat in feite de traditionele conventies geëtaleerd. Vrouwen dragen jurken met vaak heel veel stof. Mannen dragen broeken met een blouse. Schooluniformen hebben een duidelijke boodschap: meisjes dragen een rok, jongens een broek.

Libreville is toch een grote stad, maar we hebben nog nooit iemand gezien die speelt met de conventies. Of die er maling aan heeft. Zeg maar een Afrikaanse vorm van alto of punk. Niemand. Het is een bijbelbelt van 800.000 mensen.

Er is orde, zullen we maar zeggen. Maar er is geen kunstenaarscene die daar tegenin durft te gaan. Of het moet wel heel ondergronds zijn. Kunst die de samenleving een spiegel voorhoudt, is in deze stad niet te vinden.

Mannen mogen meerdere vrouwen hebben en moeten die dan wel financieel ondersteunen. Vrouwen mogen niet meerdere mannen hebben. “Omdat vrouwen dat emotioneel helemaal niet aankunnen”, zegt een man. En daarmee is de kous af.

Een afwijkende mening of visie is een aanval op de orde. En dat lijkt niet getolereerd te worden. Dat mag niet.

Orde houdt in: duidelijke en afgebakende categorieën. Je hebt vrouwen. Je hebt mannen. Vrouwen hebben kleine kinderen op hun rug, mannen nooit. Mannen moeten sterk zijn. En voor het geld zorgen.

Ik besef me dat wij als twee getrouwde mannen automatisch de boel in de war brengen. Wij passen niet in het plaatje. En uiteraard ziet men dat wij samenwonen.

Wat niet past in de categorie bestaat niet, of wordt niet benoemd. Het wordt genegeerd. Voor de aanvraag van ons visum werd ik als vader betiteld van John…

Ontkenning is op zijn eigen manier gewelddadiger dan openlijke afwijzing, omdat het je volledig onzichtbaar maakt. Ik of wij als persoon doen er niet toe; het gaat om de ordening.

Jongens (herkenbaar aan een broek) bereiden een presentatie voor net buiten de school.

Het is zo pijnlijk als een overduidelijke lesbienne niet uit de kast mag komen. Haar verlangen, haar identiteit, haar leven — telt minder dan de plek die ze in het systeem moet innemen. Ze krijgt van vriendinnen een vrouwelijke jurk cadeau en wordt gekoppeld aan een man. Het zijn correcties. Je brengt iemand terug naar waar ze volgens jou hoort. Maar ik krijg buikpijn. Heel veel buikpijn.

Wat dat zo hard maakt — of eigenlijk keihard — is dat deze ‘correctie’ gek genoeg uit liefde gebeurt. De lesbische vriendin wordt niet verstoten. Ze wordt gecorrigeerd door mensen die van haar houden. Die haar een goed leven gunnen. Maar een goed leven heeft in die wereld een vaste vorm, en wie daar niet in past, wordt erin gedwongen.

En religies spelen ook een belangrijke rol in het corrigeren. Gabon is grotendeels christelijk en islamitisch, met een sterke nadruk op orde en hiërarchie in beide tradities. God als fundament van de zwart-wit-ordening. Wie buiten een categorie valt, valt buiten gods orde.

Ik voel me iedere keer weer gecorrigeerd. Ik word gedwongen in het zwart-wit-plaatje te passen. Correcties, als buitenstaander is het niet altijd helder wat er bedoeld wordt en vooral waarom er gecorrigeerd moet worden. Als in een penitentiaire inrichting, in de VS heet het niet voor niets correctional institution.

Een samenleving corrigeert niet alleen omdat je een misdaad hebt gepleegd. Het conservatieve systeem corrigeert, omdat je niet past. De correctie is niet persoonlijk bedoeld, hoe gek dat ook klinkt. Het gebeurt ook niet met een gemene ondertoon.

Het systeem past zichzelf niet aan jou aan. Jij past je aan aan het systeem.

De samenleving legt een mal over je heen. Monsieur le Blanc, Patron, Chef — dat lijken ook correcties in zekere zin. Je wordt ingevoegd in een categorie die al bestaat, of je wil of niet. Mijn eigen identiteit — wie ik ben, hoe ik mezelf definieer — telt minder dan de plek die het systeem voor mij heeft. En dat ervaar ik als benauwend. Je wordt voortdurend teruggebracht naar een plek waar je niet wil zijn. Ik ben jouw chef niet.

De gevangenis biedt natuurlijk ook iets: duidelijkheid, veiligheid, gemeenschap. Als iedereen weet wie hij is en waar hij staat, is de wereld hanteerbaar. De prijs — het verlies van individuele vrijheid — wordt pas zichtbaar als je je die vrijheid kunt voorstellen.

In Great Freedom (2021) is hoofdpersoon Hans Hoffmann continu gevangen genomen, omdat hij actief homoseksueel is. En dat is strafbaar volgens paragraaf 175. Als de wet in de jaren zestig wordt aangepast en het niet meer strafbaar is, is de vrijheid bedreigend en wil hij niets liever dan tussen de muren van een gevangenis verblijven.

Gabon is een samenleving die in zeer korte tijd enorme schokken heeft opgevangen. Kolonisatie, onafhankelijkheid, een olie-economie die rijkdom beloofde en ongelijkheid produceerde, decennia van een kleptocratisch regime onder Bongo, en nu een populist. De sociale instituties die in stabielere samenlevingen ruimte maken voor twijfel en grijs gebied — een onafhankelijke pers, academische vrijheid, een sterk middenveld — zijn hier zwak of eigenlijk afwezig.

In zo’n context is starheid te begrijpen. Het is een overlevingsstrategie die over generaties is ingeslepen. Als de wereld onbetrouwbaar is, als instituties falen, als de staat je niet beschermt — dan wordt de gemeenschap, de familie, de kerk, de gedeelde moraal de enige houvast. En die houvast verdraagt geen twijfel. Twijfel is gevaarlijk als het enige wat je hebt de zekerheid is.

Het corrigeren lijkt een bijna reflexmatige reactie op bedreiging. Zoals je hand naar een leuning grijpt als je op de trap struikelt.

Ik ervaar misschien wel het trauma van deze Gabonese samenleving. Zoals we dat ook voelden in Cambodja van Pol Pot en in Chili van Pinochet. Ik zag niet de knipoog naar het leven. Ik zag een serieuze en soms norse blik. Ik voel geen lucht. Geen lichtheid, geen vrije geest.

In Mexico hoorden we over de schoenen die gebruikt worden om te slaan, in Cambodja over de kleerhanger en in Gabon zien we het slaan: kinderen worden hard gecorrigeerd. Keihard. Bijna mensonterend. Daar kan geen ‘child protection program‘ tegenop. Niet piepen. Doen wat ik als ouder, moeder, zeg. Deze kinderen gaan hun kinderen ook weer slaan. Want dat is normaal. Hoe doorbreek je dit?

Ik zie in Libreville een kind op straat huilen. Hartverscheurend. Maar moeder is onverbiddelijk. Ze slaat en trekt aan het kind. Ik kijk naar de moeder met een blik: vind je dit echt nodig?

In Ivoorkust heb ik een man aangesproken die twee jochies met een soort van zweep in de handpalm sloeg. Jochies janken. Toeschouwers deden niks. Ik werd kwaad. Misschien ook niet slim. Maar met een boodschap: het zijn kinderen; weet je wel wat je doet?

Hij hield op. De man ging door met zijn visnet repareren. De kinderen liepen weg. Toeschouwers beaamden inderdaad dat het kinderen waren. Ik zei: “Dat is niet normaal, nooit niet.”

De vriendin die een jurk krijgt en aan een man wordt gekoppeld. Het kind dat niet mag piepen. Allemaal vormen van hetzelfde: de ander wordt niet gezien als zichzelf. Hij wordt ingevoegd, gecorrigeerd, onzichtbaar gemaakt. Ik ervaar dat als gewelddadig.

En dat geweld, die agressiviteit, maakt me moe. Dat steeds maar weer incasseren vind ik uitputtend. Ja, die kant van Gabon maakt dat vertrek als een verlossing voelt.

Dus op naar India…

4 antwoorden op “Zweilightzone”

  1. Lieve Rop,
    Wat een aangrijpende blog!! Je reist, en je houdt je hart open.
    Wat indrukwekkend!
    Liefs, Berni

    1. Dank, lieve Berni, voor je constatering; ik probeer mijn hart open te houden, maar het blijft niet altijd makkelijk. Liefs, Rop.

  2. Dank dat je jouw ervaringen deelt. De onderlinge afstand is groot en niet eenvoudig te overbruggen. Gekmakend idd als je erbij stilstaat. De waan vannde dag heeft iig nog geen vat op jou. Complimenten. Vraag me af – Waar is geen onrecht, of ongelijkheid… subtiel of groot? k hoop dat je een land vindt.. dan verhuis ik met jullie mee!! Hollandse knuffels en ‘doorgaan… vooral doorgaan!!!!’ Ik bewonder jullie.

    1. Ik denk dat je helemaal gelijk hebt dat er geen land bestaat zonder ongelijkheid. Voor mij is het soms zo schrijnend dat we dit ‘gewoon’ accepteren. Het is niet gewoon, laat staan normaal. Ik denk dus ook niet dat ik zo’n land vind, maar ik accepteer de ongelijkheid ook niet.

Geef een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.