Wegkijken

Je wilt veel ellende niet zien, maar het is er gewoon.

Libreville, Gabon

We weten zo langzamerhand dat er niets zit tussen stinkend rijk en straatarm in heel veel Afrikaanse landen. Het is letterlijk en figuurlijk alles of niets. Of je nu in Togo, Benin, Zimbabwe of Gabon rondreist: je ziet steeds hetzelfde beeld. Schaamteloos rijden mensen in hun geblindeerde sports utility vehicles met een rotvaart langs de sloppenwijken. Ongegeneerd bouwen de geprivilegieerden hun villa’s achter metershoge muren. Hoe doen mensen dat? Hoe kunnen mensen dat? Hoe leef je met het feit dat jij in weelde leeft en naast je mensen in armoede moeten overleven?

In Glazers film Zone of Interest (2023) word je als kijker het huis en de tuin van de familie Höss ingetrokken. Stammlager Auschwitz ligt pal naast hun perceel, al zie je het nauwelijks; je hoort het alleen. Je volgt de dagelijkse beslommeringen van de Hössjes, zoals je ook die van de Meilandjes of de Pfaffs zou kunnen volgen. Rudolf wist natuurlijk als kampcommandant alles over Auschwitz; hij heeft het deels zelf bedacht. Zijn vrouw Hedwig weet misschien ietsjes minder. Aanpalend aan jouw tuin staat een vernietigingskamp, maar jij hebt het over jouw dahlia’s. En als kijker word je gedwongen hetzelfde perspectief te pakken als de Hössjes. Je wordt dus medeplichtig, partner in crime.

Zo’n film komt binnen. We leven niet naast KL Auschwitz, nee. Maar in hoeverre leven wij ook niet in een bubbel? In Libreville hebben wij ons eigen grote appartement. We kijken uit op een middelbare school, daken van de buren waar katten liggen te zonnen, het in verval rakende gebouw van le Parti Démocratique Gabonais en een rits huisjes waar families wonen in een hok van 3 bij 4. We zien geen erf waarop kapotte auto’s, puin of versleten autobanden zijn verzameld. We zien geen smerigheid, afvalbergen of erger. Nee. In de tuin van de buren staan bananenbomen.

Je kunt in ons appartement een waanidee ontwikkelen dat het best meevalt in Gabon met die armoede. Je kan een muziekje opzetten en de plantjes water geven en genieten van de zeewind. Dahlia’s gedijen echter niet in dit klimaat.

Zittend op de fiets en Libreville verkennen en je wordt meteen op de feiten gedrukt. En wegkijken is onmogelijk. Want honderdtachtig graden draaien heeft geen zin. Waar je ook kijkt, het is armoe troef. Het gaat mijn voorstellingsvermogen ver te boven hoe mensen in staat zijn om te leven in deze sloppenwijken. Ze hebben geen keuze. Wat kunnen ze anders? Maar dan nog.

Je wilt de rauwe kant van het leven niet zien? Je wilt de rafelrand van een verdienmodel wegmoffelen? Je wilt de onderkant van een samenleving onzichtbaar maken? De achterkant van Instagram laten verdwijnen achter rookglas? Ja, dat kan. Je kunt blindheid aanleren, zullen we maar zeggen. Het is een vaardigheid die je kunt ontwikkelen. En je ziet uiteindelijk de ellende echt niet meer. Het komt niet binnen, het beroert niets, het destilleert geen emotie; het is wat het is.

Salman Rushdie noemt het in Midnight’s Children (1985) ‘city eyes’; je kijkt met een bepaalde blik, met een specifiek filter, naar de werkelijkheid in de stad.

Onderdeel van je belevenis

Armoede, ellende; het is er. Onontkoombaar. Het is er steeds en altijd. Iemand die schreeuwt om hulp, een in zichzelf gekeerde zwerver met een grote linnen zak op zijn rug, een kind dat twintig keer blijft vragen of ik sokken bij hem wil kopen. Het stinkende riool vol plastic flessen. Het rammelende en tochtige golfplatenhutje dat het onderkomen blijkt te zijn van een jong gezin met heel kleine kinderen. Een vrouw die nauwelijks nog kan lopen, die pinda’s probeert te verkopen. En veel mensen hebben gewoon honger.

Na twee jaar in Gabon weet je niet beter. C’est Gabon. Dit hoort erbij. Het is onderdeel van je leven in dit land. Het klopt niet, het is oneerlijk, maar het is er. Er ligt overal vuil op straat en het stinkt. Je raakt er niet echt aan gewend. Net als een lekkende kraan die niet te repareren valt: het went. Maar het blijft ook irriteren.

Aan de ene kant is gewenning functioneel en zelfs noodzakelijk. Als je elke dag met dezelfde intensiteit de pislucht, het kapotte wegdek, de zwervers zou voelen als de eerste keer, zou je misschien niet of slecht kunnen functioneren. Het zenuwstelsel dempt: de respons neemt af als we iets al kennen. Zo wen je ook aan geuren. Op een gegeven moment ruik je het afval niet meer. De enige geur waar je nooit aan kunt wennen, is de geur van menselijke lijken. Dat went kennelijk nooit.

Als je actief betekenis geeft aan een prikkel, went hij minder snel volgens mij. Een verpleegkundige die bewust bij een patiënt aanwezig is, went minder snel aan diens pijn dan een die op automatische piloot werkt.

Betekenis geven. Dat klinkt zo gemakkelijk.

Je kunt een kromme betekenis geven aan dat wat je ziet. Je kunt de werkelijkheid ‘verdraaien’. Je kunt je eigen gedrag goedpraten of rechtvaardigen. Je kunt recht praten wat krom is. Wij mensen zijn, denk ik, de enige diersoort die zichzelf voor de gek kan houden. Je kunt liegen tegen anderen, maar ook tegen jezelf. Waarom zou je voor jezelf een leugen creëren? Dan kun je de leugen heel overtuigend brengen aan anderen, omdat je er zelf in gelooft.

Neem de volgende leugen: rijkdom en succes heb je te danken aan inzet, slimheid en doorzettingsvermogen en niet door omstandigheden buiten jouw controle: geluk, toeval. The American Dream: een mythe van de selfmade man die maar niet verdwijnt. Er bestaat in dat verhaal geen toeval, louter en alleen verdienste. Wie hard werkt, kan van een dubbeltje een kwartje maken. Dit narratief is helaas zeer hardnekkig. Het wist toeval of geluk systematisch weg.

Dat ik geboren werd in het Nederlandse Twente is geen verdienste, maar louter toeval, of het lot zo je wil. Dat ik een babyboomer ben en geen ernstige erfelijke ziekten met me meedraag, is ook geen verdienste. Het is puur geluk. Dat ik wit ben, dat ik een man ben: het is toeval.

Als je het lot of toeval of geluk als factor significant maakt, is dat moreel ongemakkelijk. Verdienste daarentegen is moreel gerust te stellen: de rijke heeft het ‘verdiend’, de arme ‘heeft niet hard genoeg gewerkt’. Het is bijna een noodzakelijke fictie om een systeem met zulke oneerlijke en scherpe randjes draaglijk te houden — voor zowel de winnaars als de verliezers. Wie verliest, verliest niet gewoon, maar heeft het “verdiend” te verliezen…

Samenlevingen in Gabon — of elk ander Afrikaans land — krijgen hierdoor te maken met een hardnekkig vooroordeel: ze werken niet hard genoeg. Eigen schuld, dikke bult.

Alsof het zo simpel zou zijn. We weten dat er vals gespeeld wordt in de wereldeconomie. Vrije handel bestaat niet. De rijkste landen worden alleen maar rijker, omdat ze weten hoe ze vals moeten spelen.

Als mensen met dezelfde talenten, evenveel inzet en motivatie, precies hetzelfde werk verrichten, maar de een verdient 150 dollar in de maand en de ander 15.000, dan moet iemand valsspelen. Of ben ik nou gek?

Als iemand je te weinig geld teruggeeft bij de kassa, dan bedondert iemand je. Dat voelt oneerlijk. Hoe heet het dan, wat banken doen? Nee, die bedonderen niet, die maken geld… Geloof je het zelf?

Soms kijken we weg, soms ook niet. We gaan er slecht mee om.

Stel je voor dat je met jouw Nederlandse paspoort slechts naar acht of hooguit tien landen in de wereld kunt reizen. Dat het uitgesloten is dat je een visum krijgt voor Australië of Nieuw-Zeeland voor een ’tussenjaar’ of ‘sabbatical’. Dat je voor inspiratie of nieuwe energie opdoen nergens heen kunt. Dat een visum naar Amerika of Europa onbetaalbaar is. Dat als je ziek bent, je niet doorbetaald wordt. Als je ziek bent, blijf je ziek, want er is nauwelijks betaalbare zorg. Dat je iedere dag negatief benaderd wordt vanwege je huidskleur. Dat je ieder moment ontslagen kunt worden, want een contract kan ter plekke doorgescheurd worden. Dat jouw inkomsten, je loon of je winst, door de hele familie geclaimd worden. Dat er geen toegang is tot het internet of slechts alleen tot een haperend web. Dat er geen toegang tot sportfaciliteiten is, er geen filmzalen, muziekpodia of dans- of kunstacademies zijn. Dat je met grote moeite geld kunt lenen bij een bank en als het je lukt, je ongeveer 12% rente betaalt. Stel je voor. Kun je het je überhaupt voorstellen?

Het is de realiteit voor bijna iedere Gabonees. Het is een kwestie van geluk of pech waar je geboren wordt. Het is het lot.

Je kunt in je eigen bubbel het idee koesteren dat iedereen krijgt wat-ie verdient. Eigen schuld, dikke bult. Het lot is niet willekeurig, maar je hebt het zelf in de hand.

Soms kijken we weg, soms ook niet. We gaan er slecht mee om.

Wat doe ik met geluk dat ik niet heb verdiend en niet kan teruggeven? Ik betrap me er zelf op dat ik vergeet of niet wil zien wat het doet met je als je aan het overleven bent. Dat iemands verhaal een context heeft. Dat je in negen van de tien gevallen niet anders kunt en het lot bepaalt of je geluk hebt en een kans kreeg. Ik heb snel een mening, snel een oordeel. “Ze zouden toch wel zus kunnen doen, of zo.” Maar ik vergeet de context. Ik heb privileges die voor een ander ondenkbaar zijn. Privileges waar ik niets voor heb hoeven te doen. Ik kreeg ze in de schoot geworpen, waar anderen er alleen maar over kunnen fantaseren.

Soms kijken we weg, soms ook niet. We gaan er slecht mee om.

Eén antwoord op “Wegkijken”

  1. Beste Rop, ik heb je blog gelezen. Je raakt een kern waardoor wegkijken geen optie meer is. Ik ga je blog in het nieuwe schooljaar bespreken met mijn leerlingen in de dagstart. Leren niet weg te kijken voor dit soort misstanden is “burgerschapsvorming”. Ik weet niet waar je nu woont maar mocht je ooit in de buurt van Wageningen zijn dan zou ik het heel tof vinden als je hierover het gesprek aan gaat met onze leerlingen.

Geef een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.