Jij hebt het wel voor elkaar


Ontmoetingen kun je niet bepalen,
wel de stand van je hart

Libreville, Gabon 


Twee grote ogen kijken me aan. Schuldig lijkt het. Aarzelend, nederig, nadert hij me van achteren. Ik merk hem op. Hij reikt me de hand. Aarzelend geef ik mijn hand aan de zijne. Maar wie is hij? Hij zegt verder niets. Kijkt nog net niet naar de vloer. Ik herken hem niet. Zoals wel vaker. Heel racistisch gezegd: de zwarte Gabonezen lijken op elkaar. Wat de grootste onzin is, maar kennelijk werkt mijn brein zo. Of is het gewend zo te werken. Vreselijk. Want natuurlijk zijn er verschillen. Alleen daar ben ik kennelijk niet bewust op attent.

Andersom merk je trouwens ook dat witte mensen op eenzelfde manier op een hoop worden gegooid — ook weinig verschillen? — door Gabonezen.

Dan herinner ik me hem. Ik denk zo’n drie weken geleden kwam hij het restaurant annex patisserie, waar ik vaak zit, straalbezopen binnen. Toen begroette hij me dolenthousiast, mij in verwarring brengend of ik iets misschien gemist had. Het werkte aanstekelijk en ik had wederom dat schuldgevoel; hij herkent mij wel, maar ik hem niet. Dus ik doe even zo enthousiast terug, alsof ik blij ben om hem te zien. Hij praat zoals iemand die dronken is. Half Engels, half Frans.

Ik begrijp dat hij een biertje wil. Ik zeg hem dat ik op het punt sta om naar huis te gaan —wat geen smoesje was— maar dat ik voor hem een biertje zal bestellen. Hetgeen ik ook deed.

De bediening seint me of alles oké is? Ik knik. Ik vraag om een biertje en om de rekening. Hij mompelt nog wat in het Frans, dat ik nauwelijks kan verstaan. Maar dat ligt niet alleen aan zijn beschonken zijn, maar zeker ook aan mijn talenkennis. Nog steeds daagt er me niets wie hij zou kunnen zijn. Hij wil —denk ik— meer dan een biertje.

De bediening kijkt nogmaals naar mij en lijkt zich haast te verontschuldigen. Ik wuif het weg. Ik betaal, groet de man en loop naar huis.

Nu, dagen later, geeft diezelfde man me dus weer een hand. Met een blik van ‘sorry’. Ik reageer met zoiets als “Pas de problème, monsieur, ça va?”  Hij antwoordt niet, maar loopt alweer weg. Nee, kennen doe ik hem niet. Ik weet geen naam, niets. Ik zie hem daarna nergens meer.

De blik in zijn ogen blijft nog lang hangen. Het is een blik die ik vaker zie. Het is een oogopslag van een zwarte naar een witte, naar een Europeaan. Het is alsof de ogen willen zeggen: jij hebt het wel voor elkaar, sorry ik niet, sorry wij kunnen niet wat jullie kunnen. Of iets van gelijke strekking. Natuurlijk vul ik dit in.

Toch zou het niet de eerste keer zijn dat iemand oppert: “Laat Europeanen hier maar komen organiseren, dan komt het tenminste goed”. Wat dit is? Ik weet het niet zo goed. Het kan een Calimero-effect zijn: als je steeds te horen krijgt dat je iets niet kunt, dan ga je er zelf in geloven. En in de tijd van het kolonialisme is door de witte Europeaan dit oordeel al snel geveld, denk ik. De zwarte Afrikaan is lui en kan niet leiden of organiseren. Een koloniale gedachte. Ik betrap me erop dat er dan iets soortgelijks door me heen gaat.

Ik vind echt dat Gabon een zootje is. Om meerdere redenen. En ik betrap me er evenzeer op met mijn gedachte dat wij Europeanen het wel voor elkaar hebben. Ongelooflijk ongenuanceerd.

In Mexico vond ik het verschrikkelijk: de ander is meteen nederig, ja zelfs onderdanig. ¿Mande? — vrij vertaald als “geef mij uw orders”. In Cambodja idem dito: er wordt nog net niet voor je op de grond geknield. In Gabon lijken er twee gezichten te zijn: of de ander is assertief, of er is schaamte.

Je hoeft er helemaal niets voor te doen. Het is er gewoon. Het ontstaat. In de ontmoeting laat ons onderbewuste ogenblikkelijk de ingesloten gewoonten zien. En we registreren in een seconde wat er anders is aan de ander. Jij komt niet van hier. Of het tegenovergestelde. We registreren, we labelen, we geven er in vijf seconden betekenis aan. De eerste indruk is overheersend. Dat doe ik, dat doet de ander.

Vaak bestendigen we wat we altijd al vonden, dachten, of deden. Ons brein is conservatief, houdt van voorspelbaarheid. Jij bent niet van hier. Alsof dat het enige belangrijke is.

Soms lukt het om stereotypen, oordelen of registraties niet met je onderbewuste te regelen. Om wel met een open hart de ander te ontmoeten.

 

Geef een reactie