De Toiletgroep

Toiletbezoek altijd vol verrassingen

Libreville, Gabon 

Eerst moet je naar de plek zoeken. Of vragen waar het is. Soms ga je af op de geur, soms op je intuïtie. Toiletten zijn vaak net iets te klein van opzet. Of het nu in een ziekenhuis is of op een tankstation. Je kunt er net in en je kunt er net zitten. Het houdt niet over.

Toiletten in een restaurant moeten ook nog eens ruimte bieden om handen te wassen, lippen te stiften of jezelf op de feiten te drukken. Ruimte is kostbaar in een eettent — het gaat immers ten koste van het aantal zitplaatsen. Deze voor de persoonlijke hygiëne bedoelde sanitaire voorzieningen zijn óf buitensporig ruim — in de wat chiquer restaurants — óf onbedoeld naar de keel grijpend.

Het leuke van de toiletgang is dat het vol verrassingen is. Je weet nooit wat je te wachten staat. Is er water? Niet onbelangrijk in een watercloset. Zijn er tonnen met een steelpannetje? Is er papier? Is er licht? Zeep? Iets om handen mee te drogen? Kan het haakje op de deur? Buitengewoon essentiële, ja zelfs existentiële vragen. Zonder dit mag het niet bestaan; mag het eigenlijk geen toilet heten.

In de eettent waar ik nu ben, is de toiletgroep — ja, ook architecten hebben hun jargon — strategisch in het midden van de zaak geplaatst. Niet te missen. Bewapend met eerder beschreven verwachtingen loop ik ernaartoe.

Vol goede moed duw ik de deur open. Ik merk dat deze wordt tegengehouden. Zo te voelen niet door een mankement, maar door een persoon. Ineens valt het tegengewicht weg en tuimel ik als het ware de ruimte in. Een man, keurig in driedelig hemelsblauw pak, kijkt mij met pretogen aan. Ik ben niet de oorzaak van de pret. Achter hem giechelt een vrouw, ook keurig verpakt, zij in een prachtige kleurige jurk.

Ongemakkelijk kijk ik terug. Waar ben ik in beland? Ze knikken in de richting waar ik moet zijn. Dank. Ze gaan iets naar achteren om mij te laten passeren. De ruimte is klein. Twee wastafels waar je net achter kunt staan.

Als ik mijn behoefte heb gedaan — een bedekte term die zomaar uit het Angelsaksische zou kunnen zijn vertaald — staan de man en de vrouw er nog steeds. En in de weg.
Nog meer bezoek

Er komt nog een vrouw binnen en eigenlijk wordt het nu spannend. Er zijn geen verkeersregels van toepassing op een toiletgroep. Wie voorrang heeft, wie voor wie galant is — het lot bepaalt. De vrouw mag doorlopen en wringt zich langs het duo haar eigen wc in. Die is binnen.

Nu moet ik mijn handen nog wassen. De man en de vrouw geven wat ruimte en voilà, ik sta voor een wastafel. In de spiegel zie ik het tweetal in een gepassioneerd gefriemel en lichaamstaal belanden. De vrouw van de wc hoor ik al doortrekken. Dat wordt weer duwen.

Er gaan van allerlei gedachten door mijn hoofd — wel vaker op een toiletgroep trouwens. Van binnen moet ik lachen. Eigenlijk is het voor het tweetal erg vervelend dat er van de wc’s gebruik wordt gemaakt. Daar zijn ze helemaal niet voor bedoeld.

Nou, het ligt er natuurlijk aan wat je onder je behoefte doen verstaat.

Geef een reactie